Loveren

In 2007 schreef ik een stuk over buurtschap Loveren. Maar ik wil het de rest van Westerhoven niet onthouden.

Wat is er nu te zeggen over Loveren. Een doorgaande weg met een aantal huizen eraan. Lintbebouwing zoals dat nu zo mooi heet. Maar heeft het ook nog historie?

Als je de woningen ziet, zou je zeggen van niet. Een enkele boerderij is wat ouder, maar echt oud ook niet. En wat zegt de naam Loveren. Verschillende mensen hebben deze naam in verband gebracht met loof van bomen daarbij verwijzend naar Braambos als iets soortgelijks.

Ikzelf geloof dat het van Lo-hoven komt. Ontstaan in het Frankisch tijdperk, dus na de tijd van Karel de Grote. Maar wanneer dan?

Om dat te beantwoorden moet je ook kijken waarom het gehucht Loveren onstaan is.

Zoals ik al eens eerder geschreven heb was de kern van het oude Westerhoven gelegen in de kop van de Aarperstraat, de kruising met de Lange Akkers. Dat lag dicht bij de kerk en pastorie die in de akkers stonden. De kerk was gebouwd omstreeks 1250 evenals de watermolen, dus rond die tijd was er al een bloeiende gemeenschap. Je moet dan echter denken aan hooguit een paar honderd mensen.

Een weg daterend nog uit de prehistorie (ongeveer waar de Schepelenbochten nu ligt) is er nog steeds. Haaks daarop was in de Romeinse tijd een heerbaan komen liggen, nu de Heuvel. Vanuit de oude kern liep de weg naar de velden (Aarperstraat) en met een kromming de Dorpstraat in richting huidige kerk. Deze weg liep door naar de Hoeverstraat.

Ik denk dat op de 1e kromming van de Hoeverstraat een abdijhoeve zal hebben gestaan. De 1e en 2e kromming van de Hoeverstraat zijn onstaan door de bewoning. De oudere weg liep vroeger namelijk noordelijker dan nu de Hoeverstraat. Een klein pad is nog jaren overgebleven.

Een nieuwe boerderij werd steeds iets zuidelijker gebouwd en er ontstond een tweede weg, nu de Hoeverstraat. Je kunt dit effect nog steeds zien in de Hoeverstraat.

De Hoeverstraat eindigde in het centrum van het gehucht Loveren, zijnde de kruising Loverensedijk – Loveren – Hoeverstraat. Deze laatste kromming van de Hoeverstraat ging tevens naar het kapelletje aan de loverensedijk wat ook een oude postkoets route was. Vanaf de 2e kromming (Adriaans) heette de weg Loveren tot Braambos. Pas bij het aanleggen van de “nieuwe provinciale weg” in 1937, scheidde de wegen zich en werd nadien het tweede deel ook Hoeverstraat genoemd. Dat is zeer waarschijnlijk ook de reden waarom de buurt Loveren bij Adriaans begint.

Wat is dan een redelijke tijd voor Loveren om te ontstaan?

In 1331 stelde de hertog van Brabant de heidegrond ter beschikking van de gemeenschap. Dat deed hij niet omdat hij ze zo aardig vond, maar omdat hij geld wilde verdienen aan de wol die van schapen komt. Hij had dit afgekeken in Engeland. De monniken die hier toch al waren zijn hier op door gegaan en hebben de bevolking geleerd hoe om te gaan met alles.

En natuurlijk kregen zij hier de “tienden“ van. Waarschijnlijk is Loveren in deze tijd ontstaan bij het ontginnen van de heide en het houden van schapen.

De abdijhoeve in de Hoeverstraat was van St Jacob te Luik en Loveren zal ook wel aan dit klooster begunstigd zijn. Loveren is dus de nieuwe erve uit die tijd. De naam komt zeer waarschijnlijk van Lo- hoven. Lo is een open drogere plaats waar huizen gebouwd kunnen worden en hoven komt van hoeve, boerderij. Ik vermoed dat de eerste bewoners veelal schapenboeren zijn geweest. Ondanks dat we toch een groot aantal jaren terug kunnen gaan, is er weinig bijzonders te vertellen. Of toch wel.

Er is zoals ik al aangaf de zeer oude weg die nu de Schepelenbochten heet. Een weg daterend vanuit de prehistorie. Hoe we dat weten? De weg liep van de bewoning naar Keersop. Niet alleen was daar een doorwaadbare plaats en dus verbinding, maar deze liep ook langs de grafvelden van de oudste bewoners. Nabij Keersop lag een groot grafveld. De mensen werden begraven in heuvels en een aantal van deze heuvels hebben namen gekregen zoals Duvelsberg, Elverberg en Noorenberg.

Dat die heuvels ook dichter bij Loveren lagen blijkt uit het volgende verhaal, wat ik via overlevering heb doorgekregen.

Een boer wilde wat meer grond hebben om te bewerken in begin van de 20e eeuw. De boer deed een bosje om en egaliseerde de grond. Hij vond er twee vazen en zette deze vazen op zijn schouw. Voor hem was het niets bijzonders, gewoon oude vazen. Een is zelfs gevallen en ging kapot. Toen de boer later eens moest verbouwen, kwam er een architect aan te pas. Deze vond de vaas wel apart en voor zijn bewezen diensten kreeg hij die. De vaas is uiteindelijk beland in een rijksmuseum te Leiden vanwege de zeer specifieke beschildering.

Terug zoekend vond ik zelfs twee verhalen die bovenstaand kunnen bevestigen.

Een van Van Valenberg en een van de architect uit Aalst. Verhalen over het egaliseren van grond, waarbij een heleboel scherven van de prehistorie achterbleven en ook weer het verhaal van de architect, nu met naam genoemd, Luyten uit Aalst, met een pot uit het Merovinisch tijdperk.

Scherven uit de pre-historie en een pot uit het merovinisch tijdperk (tussen de Romeinen en de Franken) De pot was zo apart dat deze inderdaad in het Rijksmuseum te Leiden belandde . Het geeft in ieder geval aan dat er mensen zijn geweest vanaf het stenen tijdperk tot nu.

Wat is nog meer bijzonder in Loveren gelegen aan een doorgaande weg.

Eind 1800 waren alle wegen nog zand en zou een nieuwe, harde weg komen. Er werd veel over geruzied in de gemeenteraad hoe de weg precies zou komen. De weg moest in ieder geval langs de kerk gaan en dus moest een nieuw stuk weg worden aangelegd vanaf de Heijerstraat naar de Aarperstraat/dorpstraat tot bij Centra Jansen. Pas bij Neutkens kwam de weg weer op de oude zandweg uit. Daarna ging de weg over de Hoeverstraat en Loveren.

Maar de weg was niet goed genoeg en in 1937 ging er behoorlijk de schop in om alle kronkels eruit te halen. De boerderij van Door Hoeks moest het ontgelden en er werd een nieuwe gebouwd.

Maar het allerbeste in Loveren is toch wel het Valentinusputje. In 1947 gebouwd op de fundamenten van een oude kapel. Er is daar al veel over gezegd en geschreven. Dit betekent dat de historie van Loveren in ieder geval ver terug gaat in de tijd.

Als laatste een klein verhaaltje. Er zijn talloze volksverhalen uit onze omgeving en daarbij was er een over Loveren. Het gaat als volgt:

Er stond een zeer grootte, oude en breedgetopte lindeboom, in het begin dezer eeuw (19e) omgeworpen, aan de zuidzijde der straat, omtrent het midden van het gehucht Loveren te Westerhoven. In deze hoogen linde vergaderden schier elken avond en nacht eene ontelbare menigte katten, die de geburen en voorbijgangers dan allerlei geraas hoorden maken en zich met verschillende spelen en dansen bezighouden. Het volk meende dat al deze katten de heksen waren, niet alleen van het dorp, maar van den geheelen omtrek en deze boom eene hunner geliefde bijeenkomsten was, alwaar beraadslaagd werd over de geheime kunsten die zij uit te voeren hadden. Geen wonder dus dat het vertrek, zomin als de komst dezer katten door de eenvoudige lieden opgemerkt werd, daar zij geloofden dat eene heks zich willekeurig in een kat en ook omgekeerd kon veranderen en zich voor de mensch onzichtbaar maken.

Wat zegt dit verhaal. Als je het echt goed leest staan er leuke dingen in. Er stond namelijk een oude, grote lindeboom in Loveren. Zo’n boom was speciaal en werd vaak gebruikt om recht te spreken. Het gaf aan dat er een bloeiend gehucht bestond, waarvan deze speciale boom in het centrum stond.

En Loveren was niet zomaar een gehucht, maar was een levendige gemeenschap.

De vrouwen hiervan waren echt geen heksen. Nee, heksen bestaan niet maar gezien de geschiedenis van Loveren met zijn kapel geloof ik eerder dat de loverense mensen de kinderen van Maria zijn.

Jacques van Veldhoven